Voor de geest is het voldoende om zich op het Hart te richten… Dan gaat de geest op in het stralende Hart…
Alleen iemand die bevrijd is kan anderen helpen om tot bevrijding te geraken. Alle anderen in deze zijn te vergelijken met blinden die blinden leiden….
Ramana Maharshi De Grote Ziener Maharshi Maharshi Ramana Ramana
Eenheid » Verlichting »  Bevrijding                    Ga verder, ga voorbij... stop in je spirituele zoektocht niet ‘halverwege de berg’. 
B B Alexander Smit Alexander Smit Nisargadatta Maharaj Nisargadatta Maharaj Selvarajan Yesudian Selvarajan Yesudian » » » Agenda Agenda Blog Blog Facebook Facebook Home Home Contact Contact biografie Ramana Maharshi (1879 -1950)Gedurende de eeuwen verschijnen er zo nu en dan spirituele reuzen die de hoogste Waarheid vertegenwoordigen. Sri Ramana Maharshi was zo'n gigant. Uniek voor onze tijd, belichaamde hij de ultieme Waarheid van Zelfrealisatie, de volledige verdwijning in God. Op zestienjarige leeftijd, raakte hij spontaan gerealiseerd.Ramana Maharshi: “Het was zowat zes weken voordat ik Madura voorgoed verliet, dat de grote verandering in mijn leven plaatsvond. Dat gebeurde heel plotseling. Ik zat alleen in een kamer op de eerste verdieping in het huis van mijn oom. Ik was zelden ziek en op die dag mankeerde ik niets, en toch verviel me een plotselinge, heftige angst voor de dood. Er was niets in mijn gezondheidstoestand dat het zou 
kunnen verklaren en ik probeerde er ook geen verklaring voor te vinden of te ontdekken of er voor die angst enige reden was. Ik voelde eenvoudig: ‘Nu moet ik sterven’ en overlegde wat te doen stond… De schok van de doodsangst richtte mijn aandacht naar binnen toe en ik zei innerlijk tot mezelf zonder woorden te vormen: ‘Nu is de dood er: wat betekent dat? Wat is het dat dood gaat? Het lichaam sterft.’ En meteen begon ik mijn stervensscene te spelen. Ik strekte mijn ledermaten languit en hield ze stijf alsof de rigor mortis ingetreden was en deed aldus of ik een lijk was om grotere realiteit aan het onderzoek te geven. Ik hield mijn adem in en mijn lippen stijf op elkaar geklemd, opdat geen enkel geluid kon ontsnappen en niet het woord ‘ik’ noch enig ander woord geuit kon worden. ‘Nu dan,’ zei ik tot mezelf, ‘dit lichaam is dood. Verstijfd als het is zul- len ze het naar de plaats van de lijkverbranding dragen en daar wordt het tot as verbrand. Maar ben Ik dood met de dood van dit lichaam? Ben ik het lichaam? Dit lichaam is ongevoelig en willoos, maar ik voel de volle kracht van mijn persoonlijkheid en zelfs de stem van het Ik binnen me, los van het lichaam. Dus ben ik Geest, die boven het lichaam uitreikt. Het lichaam sterft, maar de Geest, die het lichaam te boven gaat, kan niet geraakt worden door de dood. Dat betekent dat ik onsterfelijke Geest ben’. Dit alles was geen op- eenvolging in mijn denken: het flitste als levende Waarheid door me heen, die ik rechtstreeks bewust werd, bijna zonder denkproces. ’Ik’ was iets hoogst werkelijks, het enige werkelijke in deze toestand en al de be- wuste activiteiten die samenhingen met mijn lichaam waren samengetrokken op dat ‘Ik’. Vanaf dat moment bleef het ‘Ik’ of-wel het Zelf met allesoverheersende aantrekkingskracht in het brandpunt van mijn waak- zame opmerkzaam-heid. Angst voor de dood was voor eens en voor altijd verdwenen. Dit één zijn met het Zelf bleef van dat moment af ononderbroken bestaan’. Spoedig nadat deze verandering optrad, verliet Ramana zijn ouderlijk huis als een sadhoe. Hij werd geroep- en door de heilige berg Arunachala. Hij alles achter zich om de roep van de heilig berg Arunachala te beant- woorden. Eenmaal aangekomen bleef hij er zijn hele leven. Het eigenlijke proces van zijn spirituele Zelf- realisatie duurde niet langer dan twintig minuten. De volgende paar jaar besteedde hij aan het stabiliseren van deze realisatie en stemde hij zich steeds meer hierop af. Het nam hem steeds meer in beslag. Uiteinde- lijk werd hij door de realisatie volledig overgenomen. Bekend als ‘de heilige van Arunachala’, sprak en schreef hij maar weinig. Een aantal jaren sprak hij zelf helemaal niet meer, en verkeerde hij dagelijks voor meerdere uren in Samadhi. Toen hij op den duur weer over ging tot communicatie, begon hij met het beantwoorden van vragen en ontstond zijn reputatie als heil- ige. In 1907, op 28jarige leeftijd, gaf een van zijn leerlingen hem de naam Bhagavan Sri Ramana Maharshi, Divine Eminent Ramana de Grote Ziener. Alhoewel hij iedere dag urenlang vragen beantwoordde, prefereerde hij de communicatie via zijn overwel- digende Stilte, een die Stilte zo diep en krachtig was dat de mind van zijn toehoorders vanzelf tot rust kwam. Hij zag zichzelf nooit als iemands Guru. Zijn hoogste teachings van Zelfonderzoek floreerde in de oneind- ige stilte van zijn aanwezigheid. Via zijn diepe stilte ervoeren talloze leerlingen en bezoekers de pure Gelukzaligheid van hun ware natuur. Deze perfecte vrede is voor hen die zich op hem en zijn teachings richten nog steeds overdraagbaar.
      amana Maharshi over Satsang:  Satsang betekent samen zijn met sat, de Waarheid. Een nog betere omschrijving voor Satsanga (satsang)  is samen zijn met de ongemanifesteerde Waarheid (Satya). Maar omdat slechts weinigen hiertoe in staat zijn doet men het één na beste; samen zijn met de gemanifesteerde Waarheid - hetgeen de Guru is... Datgene wat oorspronkelijk de zuivere sattva-geest was, die als ware natuur louter Kennendheid heeft, vergeet deze Kennendheid door ‘niet-Kennendheid’, oftewel onwetendheid. De sattva-geest raakt over- weldigd door de andere twee eigenschappen: door die van traagheid en stolling (de guna tamas), waarbij hij zich manifesteert als de fysieke wereld; en door de eigenschap van activiteit en opwinding (de guna rajas), waarbij hij zich identificeert met het lichaam en zo als ‘ik’ verschijnt in de gemanifesteerde wereld (en waarbij hij dit ‘ik’ voor de werkelijkheid houdt). Door gehechtheid en afkeer gedreven komt hij tot goede en verkeerde daden, en door de als residu overblijvende indrukken (vasana’s) daarvan blijft hij gevangen in de cyclus van geboorte en dood. Als het denken dan zowel rusteloos wordt alsook verschijn- end als materiele wereld, wordt de Werkelijkheid niet meer herkend. Want zoals fijne zijde niet met een grove ijzeren spoel kan worden geweven en de subtiele nuances van een kunstwerk niet kunnen worden ontdekt bij het licht van een in de wind flakkerende lamp, zo is de realisatie van de Waarheid niet mogelijk als het denken door duistere traagheid (tamas) grof en afgestoft blijft, en door opwinding (rajas) rusteloos en ongestadig. De Waarheid is uiterst teer en subtiel, en van een onbeweeglijke zuiverheid... Dankzij de gerichte omgang met de leermeester wordt de mind van de leerling gezuiverd. De leerling raakt daardoor gesterkt, hetgeen het voor hem mogelijk maakt zijn aandacht naar binnen te richten. Dankzij meditatie wordt de mind verder gezuiverd waardoor het mogelijk wordt om stil te zijn zonder de geringste rimpeling... Het pad van kennis verwijdert de illusie van ‘ik’. Het pad van devotie verwijdert de illusie van ‘mij’... Uiteindelijk kom je erachter dat je glorie ligt waar je ophoudt te bestaan. Om die staat te realiseren dien je je over te geven. Vervolgens herkent de leermeester dat je in een geschikte staat verkeert om leiding te krijgen, die je dan ook ontvangt… Dan zal het denken subtiel en onbeweeglijk worden, en zal de geluk- zaligheid van het Zelf, van Brahman, manifest worden. Zonder denkvermogen is ervaring niet mogelijk, en voor het ervaren van de gelukzaligheid van het Zelf is het noodzakelijk een denkvermogen te hebben dat gezuiverd is en (door te rusten in de ‘vorm’ van Brahman) gezegend met het vermogen om uiterst subtiel te ervaren. Dat is wat er gebeurt met Satsang, waarbij de mind in het Hart zal wegzinken... De Meester schept de voorwaarden om u naar binnen te richten en tezelfdertijd bereidt Hij de omgeving voor om u naar het Centrum te trekken. Aldus duwt Hij van buiten en trekt van binnen, zodat u op het Centrum gericht wordt... Van de ‘buitenkant’ geeft hij de mind een ‘duwtje’ om zich naar binnen te keren; van de ‘binnenkant’ trekt hij de mind in het Zelf en helpt hij de mind te verstillen...”
R R Ramana Maharshi